Hoofdtekst
No (te) Bambeke, dat was een man die vrochte (werkte) met mij en hij hadde twee koetjes en hij molk en kerende (karnde), hij hadde kerremelk gerefuseerd tegen ’t vrouwmensch die geweune was van er te hebben, en daarmee ze was gram op Mang. Ze heeft zijn helen kelder betoverd en als hij melk zette in telen (teilen), ’s nuchtends ’t was een grote palme hoge van haar, al vortig (rot) en hij is gegaan naar de paster. En de paster zei: “Me gaan lezen”. En hij las stijf (zeer) en de druppels zweet liepen zijn kaken langs en als hij ophield van lezen, zegt’n: “’t Is nu al gedaan. Je moet nu al uit den kelder smijten die derin is. Je moet nietend derin laten, noch vlees, noch butter, noch brood, je moet ’t al wegsmijten”. En als hij den naaste keer kerende ’t was schone butter.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een man uit Bambeke kreeg vaak bezoek van een vrouw die bij hem karnemelk kwam halen. Toen de man op een dag weigerde de vrouw iets te geven, was deze laatste boos geworden. De heks zorgde ervoor dat de melk die in de kelder van de man stond, zuur werd. Ten einde raad liet de man de pastoor komen. De geestelijke begon te bidden tot de zweetdruppels van zijn gezicht rolden. Daarna sprak de pastoor: "Nu is het gedaan. Je moet alle voedingswaren uit je kelder halen en weggooien". Toen de man de volgende keer boter karnde, was alles in orde.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
429
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Herzele   
Plaats van Handelen
Bambeke   
