Hoofdtekst
Dat waren zo vonken, zo gelijk een lichtje, zal ik maar zeggen, gelijk een licht. Dat waren dwaallichtjes zo hé, dat waren een soort maden of wat weet ik hè en dat waren altijd spoken, spoken, spoken, spoken. Als ge zo een lichtje zaagt en dat zaagt ge veel zo aan moerassige kanten waar het moerassig was hè, daar zaagt ge dat veel.
Beschrijving
Dwaallichtjes zag men vaak in de buurt van moerassen. De mensen geloofden dat het spoken waren, maar in feite waren het glimwormpjes.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
midden-limburgs
h
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zutendaal   
