Hoofdtekst
Op den voorsten (uitersten) hoek van ’t land lag er nen hoek, de spokenbek. En daarlangs loopt er een beke en ’t senachts zat Osschaart daarin onder die buze. En d’er hee ne zekren Edward Jonckheere horen een kind schremen (wenen). Zo da was enen die niet benauwd ware en hij voelt in de beke en hij en voelt niets dan haren en van de schrik is ’t hij weggelopen.
Onderwerp
SINSAG 0254 - Plagegeist nimmt die Gestalt eines kleinen Kindes an
  
Beschrijving
Langs het veld liep een beek, waarin Osschaert 's nachts vertoefde. Op een dag hoorde een man in die beek een kind huilen. De man liep onbevreesd naar de beek, maar voelde met zijn handen niets dan haar. Daarna is de man bang weggelopen.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
81
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Osschaert   
Naam Locatie in Tekst
Maldegem   
