Hoofdtekst
‘k Heb ik mijn moeder dikkels (dikwijls) horen vertellen dat as (als) de boeren te vele werk hadden, dat de roodkapjes ton (dan) kamen binden en dat ’s nuchtens (’s morgens) alles rechte stond. Dat waren de kaboutertjes.
Beschrijving
Als de mensen teveel werk hadden, dan kwamen de roodkapjes (kabouters) 's nachts de oogst bijeenbinden. Tegen de ochtend was al het werk gedaan.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.2 Aardgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
30
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Westende   
