Hoofdtekst
Ik woonde op het kasteel te Rummen als 'vatchie'. De pachter was een Waal en zijn broer moest op een keer een wagen hooi komen halen. Hij moest uit de 'Walenpays' komen dat is niet nevens de deur. 't Was al avond en hij was nog niet daar. Ik en de andere knechts, we lagen in het gras tegenover de grote poort, 't was zo'n goed weer. Toen we op de dreef iets hoorden afkomen, dachten we dat de Waal daar was. We stonden op om te helpen maar toen zagen we niets meer, we dachten: 'Hij zal aan de Engelse hof ingereden zijn', en toen we daar kwamen, konden we nog juist zien hoe een wagen met vier paarden in met de hele nondedju en al in de 'weier' reed. Het was een 'grellige' slag in 't water en wij waren zo verschrikt dat de ene 'hem' wegstak in het hooi en de andere in de haverkist. 's Anderendaags eerst kwam de broer van de pachter aan.
Onderwerp
SINSAG 0472 - Begegnung mit Geisterkutsche.   
Beschrijving
Op een kasteel in Rummen werkte een koejongen. Op een dag zou er een boer uit Wallonië komen om in Rummen een wagen hooi te komen halen. Omdat het zo'n mooi weer was, lag de koejongen samen met de andere knechten in het gras. Toen ze plots paardengetrappel hoorden, dachten ze dat de man uit Wallonië was aangekomen. Dan zagen ze echter hoe een vreemde koets met vier paarden in de vijver reed. Pas de volgende dag kwam de broer van de boer aan.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
zuid-limburgs
Spookkoetsen: variante 1
memoraat
Cfr. een andere versie van dit verhaal in het Brabantsch Sagenboek, Deel I, p. 115-116
Naam Locatie in Tekst
Nieuwerkerken   
Plaats van Handelen
Wallonië   
Rummen   
