Hoofdtekst
Mijn broere kwam e keer ’s nachts nor huus, elve, twolve. Dat wos de zundagavond en je moste deur e diepe strate. En ommèdeens ’t kwamen dor lik waterduvels die lange zware ketens meehadden. En deur ’t zere gon van hem, die ketens robbelden (rammelden) en dein, en deur ’t groot geweld wossen benauwd.
Beschrijving
Een man kwam op een zondagavond omstreeks elf of twaalf uur 's nachts naar huis. Onderweg zag de man waterduivels met lange zware kettingen. Toen de man de kettingen hoorde rammelen, werd hij bang.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (vrijbos)
188B
Broer van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gits   
