Hoofdtekst
De drie varkskens
Er waren drie varkskens. Ze waren nog klein en ze woonden nog bij hun moeder in een stalleke. Ze speelden buiten en ze ravotten. Maar dan werden ze wat groter en wat ouder en dan zei de moeder: "Ja, ge wordt veel te groot om hier in dat kot nog te zitten. Ge moet elk maar een eigen huizeke maken. Ge kunt dat goed genoeg maken, ge zijt groot genoeg.Toen ze buiten aan 't spelen waren dan zagen ze soms een wolf in 't bos. Maar die durfde er dan toch niet uit komen, omdat die moeder nogal een sterke was.Maar toen gingen ze dan een huizeke bouwen. De eerste, Nif-Nif, die begon dan aan zijn huizeke te werken. Maar hij dacht: "Och, ik ga naar de boer en ik haal wat stro en wat latten en dan is 't klaar. En hij maakte zijn huizeke, met allemaal latten en een deur. Zodat hij kon binnen- en buitengaan, maar dat hij toch niet te veel werk had. Toen ging hij in de zon liggen slapen.Maar Noef-Noef zei: "Jongen, zo'n huis! Als de wolf komt, die is daar direct binnen." "Da's niet waar," zei hij, "wat zou die daar binnen kunnen."Noef-Noef pakte planken. Die ging naar de boer en ging wat planken vragen en een hamer en wat nagels. En die maakte een planken huizeke. Ook met een deur in, maar een deur met een grendel op, zodat hij toch niet binnenkon. Dan gingen ze met twee spelen.Nif-Nif en Noef-Noef kwamen dan wat verder en daar was Naf-Naf bezig. En die was een huizeke aan 't metselen. Die was naar 't dorp geweest met een kruiwagen. Hij was stenen gaan halen en wat cement, en die was zijn huis aan 't metselen. En Nif-Nif en Noef-Noef begonnen daarmee te lachen en ze zeiden: "En gij zo'n huis maken en 't duurt zo lang! Kom toch liever met ons spelen." "Nee," zei Naf-Naf, "ik moet een goed, sterk huis hebben, dat de wolf niet binnenkan." En die metste maar voort. En hi metste er een schouwpijp op, en een grote open haard.Op den duur was het af, en toen waren ze weer met drie aan 't spelen, en opeens kwam de boze wolf uit 't bos. En elk liep naar zijn huizeke. Maar de boze wolf komt aan Nif-Nif en hij blaast, en dat stro vloog allemaal weg, en 't viel in. En Nif-Nif was zo bang. Maar hij liep gauw langs d' achterdeur buiten, en recht naar Noef-Noef. En hij klopte op de deur en Noef-Noef liet hem gauw binnen, en de deur terug vast.Maar nu kwam de boze wolf voortgelopen omdat hij dat gezien had. En die begon ook weer te blazen, maar hij kon die planken niet weggeblazen krijgen. Maar toen begon hij er met zijn kop zo tegen te lopen, en maar te stompen. En op den duur brak er al een plank, en al twee planken. En toen werden ze toch bang, die twee, Nif-Nif en Noef-Noef. Totdat op den duur het huizeke helemaal dooreen viel. En zij weer met twee langs d' achterdeur naar Naf-Naf.Naf-Naf zag ze van ver aangelopen komen, die deed de deur al open, zodat ze rap binnen waren en toen de deur toe en vast. En toen kwam de boze wolf en die vroeg om binnen te komen. "Neen!" zei Naf-Naf, "Ge komt hier niet binnen!" En blazen en bonken dat was niets gekort hé, dat was steen, en daar kon hij niets aan doen.Maar op den duur dacht hij: "Ik zal u toch krijgen." En hij ging aan de boer een ladder vragen. En hij kwam met die ladder en hij zette die tegen 't dak. Hij kroop op 't dak, en zo in 't schouw. En daar wilde hij dan door 't schouw komen. Maar Naf-Naf had een groot vuur aangelegd, en daar een ketel aangehangen, met water. En dat water was kokend heet. En hij komt zo aan die ketting, stillekes naar beneden en met zijn staart in die ketel water. En daar verschoot hij van. Dat was zo heet, dat hij direct terug omhoog vloog en dat hij van 't dak sprong, en dat hij ginderachter heen liep. En toen was hij verslagen.Nif-Nif en Noef-Noef die waren met twee onder 't bed gekropen, omdat ze zo bang waren. Maar Naf-Naf die was niet bang. Die wist dat zijn huis sterk was. Toen zei hij: "Kom nu ' ns gauw zien. Ginder loopt hij zie." Zijn staart helemaal tussen zijn benen, die was helemaal verbrand.Naf-Naf zei: "Nu gaan we feest vieren." Naf-Naf had een piano staan. Eén van die twee kon piano spelen (was 't nu Nif-Nif of Noef-Noef, dat weet ik niet meer). En die twee ander begonnen te dansen. Zo zijn die prentjes hé.
Er waren drie varkskens. Ze waren nog klein en ze woonden nog bij hun moeder in een stalleke. Ze speelden buiten en ze ravotten. Maar dan werden ze wat groter en wat ouder en dan zei de moeder: "Ja, ge wordt veel te groot om hier in dat kot nog te zitten. Ge moet elk maar een eigen huizeke maken. Ge kunt dat goed genoeg maken, ge zijt groot genoeg.Toen ze buiten aan 't spelen waren dan zagen ze soms een wolf in 't bos. Maar die durfde er dan toch niet uit komen, omdat die moeder nogal een sterke was.Maar toen gingen ze dan een huizeke bouwen. De eerste, Nif-Nif, die begon dan aan zijn huizeke te werken. Maar hij dacht: "Och, ik ga naar de boer en ik haal wat stro en wat latten en dan is 't klaar. En hij maakte zijn huizeke, met allemaal latten en een deur. Zodat hij kon binnen- en buitengaan, maar dat hij toch niet te veel werk had. Toen ging hij in de zon liggen slapen.Maar Noef-Noef zei: "Jongen, zo'n huis! Als de wolf komt, die is daar direct binnen." "Da's niet waar," zei hij, "wat zou die daar binnen kunnen."Noef-Noef pakte planken. Die ging naar de boer en ging wat planken vragen en een hamer en wat nagels. En die maakte een planken huizeke. Ook met een deur in, maar een deur met een grendel op, zodat hij toch niet binnenkon. Dan gingen ze met twee spelen.Nif-Nif en Noef-Noef kwamen dan wat verder en daar was Naf-Naf bezig. En die was een huizeke aan 't metselen. Die was naar 't dorp geweest met een kruiwagen. Hij was stenen gaan halen en wat cement, en die was zijn huis aan 't metselen. En Nif-Nif en Noef-Noef begonnen daarmee te lachen en ze zeiden: "En gij zo'n huis maken en 't duurt zo lang! Kom toch liever met ons spelen." "Nee," zei Naf-Naf, "ik moet een goed, sterk huis hebben, dat de wolf niet binnenkan." En die metste maar voort. En hi metste er een schouwpijp op, en een grote open haard.Op den duur was het af, en toen waren ze weer met drie aan 't spelen, en opeens kwam de boze wolf uit 't bos. En elk liep naar zijn huizeke. Maar de boze wolf komt aan Nif-Nif en hij blaast, en dat stro vloog allemaal weg, en 't viel in. En Nif-Nif was zo bang. Maar hij liep gauw langs d' achterdeur buiten, en recht naar Noef-Noef. En hij klopte op de deur en Noef-Noef liet hem gauw binnen, en de deur terug vast.Maar nu kwam de boze wolf voortgelopen omdat hij dat gezien had. En die begon ook weer te blazen, maar hij kon die planken niet weggeblazen krijgen. Maar toen begon hij er met zijn kop zo tegen te lopen, en maar te stompen. En op den duur brak er al een plank, en al twee planken. En toen werden ze toch bang, die twee, Nif-Nif en Noef-Noef. Totdat op den duur het huizeke helemaal dooreen viel. En zij weer met twee langs d' achterdeur naar Naf-Naf.Naf-Naf zag ze van ver aangelopen komen, die deed de deur al open, zodat ze rap binnen waren en toen de deur toe en vast. En toen kwam de boze wolf en die vroeg om binnen te komen. "Neen!" zei Naf-Naf, "Ge komt hier niet binnen!" En blazen en bonken dat was niets gekort hé, dat was steen, en daar kon hij niets aan doen.Maar op den duur dacht hij: "Ik zal u toch krijgen." En hij ging aan de boer een ladder vragen. En hij kwam met die ladder en hij zette die tegen 't dak. Hij kroop op 't dak, en zo in 't schouw. En daar wilde hij dan door 't schouw komen. Maar Naf-Naf had een groot vuur aangelegd, en daar een ketel aangehangen, met water. En dat water was kokend heet. En hij komt zo aan die ketting, stillekes naar beneden en met zijn staart in die ketel water. En daar verschoot hij van. Dat was zo heet, dat hij direct terug omhoog vloog en dat hij van 't dak sprong, en dat hij ginderachter heen liep. En toen was hij verslagen.Nif-Nif en Noef-Noef die waren met twee onder 't bed gekropen, omdat ze zo bang waren. Maar Naf-Naf die was niet bang. Die wist dat zijn huis sterk was. Toen zei hij: "Kom nu ' ns gauw zien. Ginder loopt hij zie." Zijn staart helemaal tussen zijn benen, die was helemaal verbrand.Naf-Naf zei: "Nu gaan we feest vieren." Naf-Naf had een piano staan. Eén van die twee kon piano spelen (was 't nu Nif-Nif of Noef-Noef, dat weet ik niet meer). En die twee ander begonnen te dansen. Zo zijn die prentjes hé.
Onderwerp
ATU 0124 - Blowing the House In   
AT 0124A* - Pigs Build Houses of Straw, Sticks and Iron   
Beschrijving
Drie kleine varkentjens woonden bij hun moeder in een stalletje. Wanneer de drie varkentjes buiten aan het spelen waren, zagen ze soms een wolf, maar ze waren niet bang omdat hun moeder hen beschermde. Toen de varkentjes ouder werden, vond hun moeder dat ze ieder een eigen huisje moesten bouwen. Varkentje Nif-Nif maakte een huisje met stro en een deur omdat hij niet teveel werk wilde. Noef-Noef zei daarop: "Jongen, zo'n huis! Een wolf is daar meteen binnen!" Noef-Noef vroeg aan een boer houten planken en spijkers, waarmee hij een huisje bouwde. Aan de deur maakte hij een grendel. Naf-Naf was naar het dorp geweest met een kruiwagen en metselde zijn huis met cement. De twee andere varkentjes waren al klaar en zeiden: "Zo'n huis bouwen duurt toch veel te lang! Kom met ons spelen". "Neen", zei Naf-Naf, "ik moet een sterk huis hebben, zodat de wolf niet binnen kan" en hij werkte voort. Het huis kreeg een open haard en een schouwpijp. Toen de drie varkentjes allemaal klaar waren met hun werk, waren ze aan het spelen. Plots kwam er echter een wolf aangelopen, waarna de varkentjes zich allemaal in hun huisje terugtrokken. De wolf blies het strooien huis van Nif-Nif omver, waarop deze laatste naar het huis van Noef-Noef vluchtte. De wolf beukte met zijn kop de planken muur van Noef-Noefs huis in, waarna Nif-Nif en Noef-Noef naar het huis van Naf-Naf liepen. De wolf wilde ook in dat huis binnen geraken, maar dat was niet makkelijk. Hij wilde langs de schoorsteen naar binnen kruipen, maar Naf-Naf had een groot vuur aangelegd en er een ketel met kokend water boven gehangen. De wolf kroop langs de ketting naar beneden, maar toen hij het kokend water aan zijn staart voelde, vloog hij meteen weer omhoog en sprong van het dak. Daarna vierden de drie varkentjes feest.
Bron
K. Bruynseels, Leuven, 1991
Commentaar
7. Sprookjes
antwerps (nijlen)
15
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Nif-Nif   
Naf-Naf   
Noef-Noef   
Naam Locatie in Tekst
Nijlen   

