Hoofdtekst
Beschrijving
Een schaapherder die terugkwam van Mechelen, werd aan de Kruisbaan door twee rovers overvallen. Toen de rovers het geld wilde nemen, toverde de schaapherder hen vast. De schaapherder is dan naar ’t Hoefijzer langs de weg naar Schriek gegaan en is daar een hele nacht wakker gebleven. Als hij ging slapen, zou hij namelijk sterven. De volgende dag heeft men de rovers opgepakt en op de brandstapel gezet. Er kwamen veel mensen naar de terechtstelling kijken. Op zeker ogenblik zaten er zoveel kijklustigen in een boom dat de tak afbrak en de mensen op de brandstapel vielen. De twee rovers lachten en zei: “Kijk daar eens, de verbrande Puttenaars”.
Bron
W. Van Hoof, Leuven, 1963
Commentaar
4. Historische sagen
antwerps (heist-op-den-berg en omgeving)
422
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Verbrande Puttenaars   
Puttenaars (Verbrande)   
Hoefijzer ('t) (Putte)   
't Hoefijzer (Putte)   
Naam Locatie in Tekst
Putte   
Plaats van Handelen
Kruisbaan (Mechelen)   
Schriek   
Mechelen   
Putte   
