Hoofdtekst
Aan de zwatte brier heb ich dek de dwaallichskes gezien. Ze koemen van de vjeetienbonder af en liepen zo altijd veur oech op. Het was echter heel gevoarlijk want heel dek misleiden ze oech en dan woart zjie verdwoalt.
Beschrijving
In de buurt van de zwarte slagboom verschenen vaak dwaallichtjes die voorbijgangers volgden. Dwaallichtjes waren beslist niet ongevaarlijk, want ze konden mensen doen verdwalen.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (borgloon)
38
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Veulen   
