Hoofdtekst
G: Ja. En zijn er nog van die verhalen die de ronde doen over Tjenne zelf?J: Ja. Ik ken er zo wel, […] die van Mettekove^n (Tjenne wordt aangezien als de heks van Mettekoven) ken ik ook wel. Ik heb dikwijls horen zeggen van mensen die het hebben meegemaakt, die meegemaakt hebben waar ik persoonlijk geen geloof aan hecht, maar toch… M. was in Helshoven geweest. En die ging ’s avonds naar huis en dan gingen ze naar de beek op, daar was een voetweg en die kwam uit aan het huis van J.M., dat is helemaal te niet (dat is er nu niet meer). En halverwegen de bos, de tulpenbos daar…daar liep in ene keer een zwarte kat achter M. En die miauw, miauw, miauw achter hem aan. En hij keek om en hij zag zo die vurige ogen, dat ziet ge bij een kat zo ’s avonds he. Hij zei: ‘Dat is den duivel he’. En hij speelde het [onverstaanbaar] en hij: ‘Kom maar door lief beestje hé. Ge zijt toch een lief beetje, kom maar door, kom maar door’. En toen hij hier in Mettekoven kwam, toen zei die kat: ‘Een geluk dat ge zo fijn bij mij geweest zijt, want ge zoudt niet weten wat ge meegemaakt zou hebben’. Dat vertelde M. Misschien had hij dat gedroomd. Dat was één van die zaken (die de ronde deden). En dan hadt ge vroeger ook ‘de alvermannekes’. [Er volgt een verhaal dat die mensen ondergedoken leefden in grote holen onder de grond. In Groot-Gelmen zouden er zo veel moeten zijn. Die holen waren verbonden met schuren. Die mensen deden de was, deden allerlei werk in ruil voor eten. De alvermannekes werden dus aangezien als een soort kabouters die de karweitjes kwamen opknappen in ruil voor eten.][J. vertelt ook over de bokkenrijders. Dat waren bendes die de mensen schrik aanjaagden en omwille van die schrik een grote macht creëerden. Die macht gebruikten ze om rijke mensen af te persen en huizen te plunderen. Er waren nog andere bendes zoals de ‘bende van Nooi’] […]
Onderwerp
SINSAG 0603 - Andere Begegnungen mit sprechenden Katzen.
  
Beschrijving
Een man die 's avonds naar huis wandelde, werd in het bos gevolgd door een miauwende zwarte kat. Bang keek de man in de vurige ogen en zei: "Kom maar door, lief beestje". De man dacht dat hij oog in oog met de duivel stond. Toen de man in Mettekoven kwam, sprak de kat: "Je hebt geluk dat je zo vriendelijk tegen mij bent geweest, want anders zou je niet geweten hebben wat je had meegemaakt!"
Bron
G. Verdickt, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (zuiden)
V5
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Voort   
