Hoofdtekst
Dat was ne man die stond koeken te bakken, en ’t er kwamp een kat door ’t moezegat gekropen. “ Kijk, welk een schoon mienekepoes, zet u onder de stoof”, zei hij, en azo vier achter een. Maar ze begosten mee ene keer te klappen “dat is enen voor mij” zein ze, op die koeken hein. En hij daar dan op peizen hein, dat dat kwaad was, en hij had ernaar geworten mee nen heten koek “Mie verbrand”, riepen ze. Maar ’s anderdaags liepen er vier vrouwmensen mee hun bakkes (gezicht) verbrand!
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
SINSAG 0603 - Andere Begegnungen mit sprechenden Katzen.
  
Beschrijving
Een man die koeken aan het bakken was, zag een kat langs het afvoergat voor het water naar binnen kruipen en zei: “Kijk, mooie mienepoes, ga onder de kachel zitten”. De kat zei over één van de pannenkoeken: “Dat is er één voor mij”. In de veronderstelling dat de kat iets met het kwaad te maken had, gooide de man een hete pannenkoek naar het dier. Daarop riep de kat: “Mie verbrand”. De volgende dag liepen vier vrouwen uit het dorp met een verbrand gezicht rond.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
442
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Steenhuize-Wijnhuize   
