Hoofdtekst
Toen ze verbrand werden gingen daar veel kijken en onderweg was daar ook ene en toen waren ze met vier tegen mekaar aan het kallen. Toen zei die: 'Als ik erbij was, ik zou toch niet gaan', zei die, 'om me te laten verbanden.' 'Gij moet', zei de andere. En toen ze daar kwamen haalden ze hem eruit, die zei: 'Ge moet.' En hij werd verbrand. 'Ge krijgt een dinge op u', zei hij, 'en ge moet gaan, daar is niks aan te doen', zei hij. Dat was ene van die sekte hè en die zei: 'Ge moet gaan, ge hebt daar niks tegen', zei hij.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Veel mensen gingen kijken naar de verbranding van de bokkenrijders. Eén van de toeschouwers die zelf een bokkerijder was, werd onmiddellijk herkend en op de brandstapel gegooid. De bokkenrijders moesten zich laten verbranden, of ze nu wilden of niet.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
4. Historische sagen
midden-limburgs
i
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hasselt   
