Hoofdtekst
21 H -Ik ken een verhaaltje van Jan De Lichte van op het tribunaal, dat hij zei, zijn meeste plezier heeft geweest, vroeger ginger er personen rond voor vorketten en lepels te, hoe heette dat?I -Vertinnen?21 -Vertinnen, ja en die persoon die die vorketten en die, allez, ik zeg nu vorketten, maar ‘t zijn vorken hé, (lacht)I -Jamaar, dat en geeft niet, want ge moogt dialekt spreken ze, want die bandjes gebruiken ze misschien nog voor dialektonderzoek, de woorden hé, dan.21 -Ah ja, en die persoon die vertinde, lag een dutje te doen bij zijn werk hé, maar zijn pannetje met zijn vertinsel stond te koken en Jan De Lichte kwam daar juist gepasseerd en hij heeft dat pannetje gepakt en in die man zijn mond gegoten, zo al koken hé. Omdat hij zo kronkelde en zo aardig deed nietwaar, dat was zijn meeste plezier geweest, ge moet niet vragen! En nu zouden ze hier willen een standbeeld zetten van Jan De Lichte in Velzeke!I -Alsof dat dat een held is.21 -Ge moet maar bandiet zijn voor held te worden hé.I -Ja, maar d’er zijn sommige die zeggen dat hij zogezegd voor de arme mensen opkwam en ik peis misschien dat dat misschien daarom is dat die mensen willen dat er daar een beeld gezet wordt, maar wat dat daar juist van aan is...21 -Jamaar, hij zou van mij toch geen beeld krijgen ze!I -Nee? Van mij toch ook niet. En zeker een mens die u niets gedaan heeft!21 -Ah ja, die mens deed dat voor een centjen bij te ver-dienen, want er was in die moment veel armoede hé, jong, d’er is nu nog ze (hoor), d’er is er nu nog veel.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een man die lepels en vorken vertinde, deed een dutje naast zijn kookpot met kokende tin. Toen Jan de Lichte voorbij kwam, goot hij kokende tin in de mond van de slapende man.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
4. Historische sagen
oost-vlaams (groot-zottegem)
21H
fabulaat
Naam Overig in Tekst
bende van Jan de Lichte   
Jan de Lichte (bende van)   
Naam Locatie in Tekst
Erwetegem   
