Hoofdtekst
Ma vertelde ooch van hier 'n huis daar gingen alle beesten kapot. En dat was 't een ongeluk op 't ander. En daar was e vrouwke en dat zei dat ze de eerste die over den dorpel kwam aan de deur moesten zetten. En de eerste die binnen kwam om alles af te loeren dat was de dochter van 't vrouwke dat hun komen verwittigen was. Dat heb ich zelf gezien, zei ma, dat zijn geen leugens. Naderhand hebben ze nooit nog iets te kort gehad. 't Was afgelopen.
Beschrijving
Bij een familie in Eksel stierf het ene dier na het andere. Een vrouw had de mensen de raad gegeven om de eerste die over de dorpel kwam, buiten te gooien. De eerste die binnenkwam, was de dochter van de vrouw die die raad had gegeven.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
179
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
Plaats van Handelen
Eksel   
