Hoofdtekst
- Juul: Wat mijn vader in die tijd zegde: dat waren ongedoopte mensen, zei hij.- Poleke: Ja, ongedoopte mensen, weerwolven.- Juul: ongedoopte mensen, zei die. En die zetten van alles uit.- Poleke: En dat is echt waar geweest.- Juul: Ik heb niet graag daar iets van te zeggen hè, die kinderen leven nog hè.- Poleke: Ge mocht dat opnemen, als, eh nu moeten we verder kallen van de dikke stenen.
Beschrijving
Een weerwolf was een mens die niet gedoopt was.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.6 Weerwolven
midden-limburgs
a''
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Genk   
