Hoofdtekst
Droeksje gienk gon werken bie e boer. En ut die boer kèèrnde (karnde) aat ie nooit gin beutere. "Och, zei Droeksje, da’s ol zo erg nie. Je moet dor e ki in schieten. Je moe zo zindelik nie zien." Ze dein da, en z’aan zoveel beuter of da ze wilden.
Beschrijving
Een tovenaar werkte bij een boer. Toen de boer geen boter meer kon karnen, zei de tovenaar: "Dat is niet zo erg. Je moet een keer je behoefte doen in het botervat". Daarna kon de boer zoveel boter maken als hij maar wilde.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (nw van houtland)
24.6
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ettelgem   
