Hoofdtekst
Op Lauw-Molen waren elke morgen de papieren dooreengesmeten. 's Nachts hadden ze daar al een grote zwarte hond gezien. Die hield het molenrad tegen. Dat was ene die daar gewoond had en die terugkwam, die had de mensen hun maat niet teruggegeven toen hij nog op de molen was en die vond geen rust na zijn dood. Toen kwam daar een pastoor om hem te bannen maar de hond zei: 'Gij hebt in de oogst eens aren afgetrokken van een ander zijn land, dat hebt gij op uw geweten.' - 'Maar ik heb het vergoed', zei de pastoor en toen kon hij hem bannen, en hij zei dat ze de kolk van de Jeker moesten laten droog lopen en daar moesten ze vier muurkes metselen en daar deed hij hem ingaan en hij zei: 'Ik ban u voor negen en negentig jaar.' Maar toen zei de andere: 'Wee hen die die tijden zullen beleven.' - 'En nog', zei de pastoor, 'daardoor is hij daar voor altijd gebannen.' En toen begon de pastoor te lezen en terwijl zakte het spook weg en hij 'beedde' en smeekte voor een beetje licht maar de pastoor 'leesde' maar door tot als hij helemaal erin zat. Toen moesten ze het toemaken en daarna het water er weer laten overvloeien. Dat kapelleke tegenover de molen staat ook daarvoor.
Onderwerp
SINSAG 0258 - Plagegeist durch Pfarrer (Pater) gebannt
  
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
Beschrijving
Op Lauw-molen waren elke ochtend de papieren door elkaar gegooid. 's Nachts had men daar al een grote zwarte hond gezien, die het molenrad tegenhield. De hond was de geest van de vroegere molenaar, die iets had gestolen van de mensen die er na hem waren komen wonen. Omdat de man geen rust vond, kwam hij elke nacht spoken. Toen er een pastoor kwam om het spook te verbannen, sprak de hond: "Jouw geweten is niet zuiver; jij hebt tijdens de oogst korenaren gestolen van het veld van iemand anders!" De pastoor antwoordde: "Ja, maar ik heb daarvoor betaald!", en kreeg toen het spook in zijn macht. De molenaar moest de bedding van de Jeker op de plaats waar de molen stond, droogleggen. Op die plaats heeft men het spook ingemetseld. Daarna stroomde het water van de Jeker over de plaats waar het spook was verbannen voor negenennegentig jaar en voor de jarendie daarop volgden. Tegenover de molen werd een kapelletje gebouwd om de hulp van de pastoor te gedenken.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
zuid-limburgs
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Lauw-molen   
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
Plaats van Handelen
Lauw   
Jeker (rivier)   
