Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0333_0334_21590

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Me woren in Vrankrijk o ze dat verteldige binsten den oorloge van veertiene-achttiene. Enne zegt ze, dat wos ne schoonbroere. Enne moste nooit kommen wiên met zijn bende volk en je wos dul (kwaad). En je zegt e keer tegen mijn: "Oj haat of nijd draagt up etwien, je moet ’t mor zeggen. Je meugt toen e keer mijn boeken één." En je toogde dien boek en ’t stoend dor nen duvel up. "Oi, oi", zegt ze, "’k moen die boek niet één, ’t staat dor e duvel up. ‘k Wil hem niet." En k’an, zegt ze, acht zwijnejoengen verkocht, schone. En den dagt dat ‘k ze moste levern, dat ze d’rachter kamen, ol ulder ensdermes (aarsdarmen) hingen uut en z’één ze nateurlik niet meegenomen. En ze zei dat tegen den oenderpaster van dien boek. "Wel", zegten ’n oenderpaster, "ajden toch anveerd en nor mijn gebrocht, ‘k ging hem in de stove smijten en je ging zijne macht kwijt zijn en je ging niet meer kunnen doen. Oj nog occage éét, je moet hem anveerden." Mor z’had geen occage meer.

Beschrijving

Tijdens de oorlog ontmoette een vrouw in Frankrijk iemand die een toverboek bezat. Op de kaft van het boek stond een duivel afgebeeld. Die man sprak tot haar: "Als je eens boos bent op iemand, dan moet je het maar zeggen. Je mag dan mijn boeken eens lenen". De vrouw was echter bang voor die boeken. Op een dag moest die vrouw acht biggen leveren bij een koper. Precies op die dag hingen de aarsdarmen van de dieren uit hun lijf, waardoor de koper de biggen natuurlijk niet aanvaardde. De vrouw vertelde aan de onderpastoor over de boeken waarover ze had horen praten. Daarop antwoordde de geestelijke: "Je had die boeken beter kunnen aannemen om ze daarna naar mij te brengen. Ik zou de boeken dan in de kachel hebben gegooid, waardoor die persoon geen macht meer zou hebben. Als je nog eens de kans krijgt, dan moet je de boeken aannemen". De vrouw kreeg die kans echter niet meer.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

2.3 Toverboeken
west-vlaams (vrijbos)
199N
WOI
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Oostnieuwkerke    Oostnieuwkerke