Hoofdtekst
26D Maar hoe dat dat allemaal ineenzat, dat heb ik niet in mijn kop zitten, want heksen…x Maar vroeger werd daar toch veel over verteld?26D Toen hadden de mensen schrik, toen hadden ze echt schrik van… Ja, van heksen of van zo … En als het twaalf uur was, tussen twaalf en één, dan hadden ze ook schrik.x Dat was het heksenuur?26D Ja, dat was het heksenuur. Ja, want als wij vroeger naar de kermis gingen. Mijn vader dat was ene van voor de oorlog van ‘14-’18, en wij moesten altijd thuis zijn voor twaalf uur. Hij had gelijk, onze vader, misschien wel. Ik moest nooit alleen gaan, dan stuurde hij mijn zuster mee, die was vier jaar in het jaargetal jonger. Maar ik verjaar in december en mijn zuster in januari, dus dat was drie jaar eigenlijk. Maar het was vier jaar in het jaargetal.x Ja.26D Ik ben van ‘22, zij van ‘24… Van ‘26 zo is het. En dat was maar drie jaar eigenlijk, want ik verjaar de zevenentwintigste december en mijn zuster de zeventiende januari. Drie jaar en een maand, vooruit. Maar anders weet ik niks. x En van de waardin van de Heibloem?26D Wablief?x De waardin van de Heibloem, dat werd vroeger ook verteld dat die naar een heksensabbat ging.26D Nee, dat weet ik niet.
Beschrijving
Tussen middernacht en één uur waren de mensen vroeger altijd bang. Een jongen moest van zijn vader altijd vóór middernacht terug zijn van de kermis. De jongen moest altijd samen met zijn vier jaar jongere zus gaan.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
26D
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langdorp   
