Hoofdtekst
Beschrijving
Op een boerderij in Bellingen kreeg men vaak bezoek van een vrouw die vroeger nog op de boerderij had gewerkt. Die vrouw werd ervan verdacht een toveres te zijn. De vrouw liep altijd door de weide waar de dieren stonden. Toen men op zekere dag de dieren had binnengehaald, moest er een koe een kalf werpen. Er waren echter problemen, waardoor men de veearts moest laten komen. Toen de veearts met het dier aan het werk was, kwam de toveres langs en sprak tot de boerin: "Ik heb kaarsen laten branden in de kerk van Onze Lieve Vrouw". De koe is gestorven. De boerin geloofde dat de toveres het dier had betoverd.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
2.1 Heksen
brabants (zuid-west)
34G
Jeugd van de informant
memoraat
Naam Overig in Tekst
Onze Lieve Vrouw   
Naam Locatie in Tekst
Bellingen   
Plaats van Handelen
Bellingen   
