Hoofdtekst
Ze zeje da de man ne weerwolf wor en de vro een heks. Inne kerk stôk de vro heur hand op mich uit ver wijwetter, mor me moeder wo ni.
Beschrijving
Een vrouw en een man stonden samen in de kerk. Over de vrouw vertelde men dat het een heks was, en de man werd ervan verdacht een weerwolf te zijn. Toen de vrouw haar hand uitstak om wat wijwater te krijgen, wilde niemand het haar geven.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (herk-de-stad)
433
Moeder van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Herk-de-Stad   
