Hoofdtekst
Die meisjes van den Horen moesten tegen 6 u. schramillen (opgebrande kolen) gaan rapen en die verkochten ze dan op 't zinkfabriek. Niet ver van hen woonde de moeder van de Carolus, en iedereen had daar schrik van, ik ook. En 's morgens werden die meisjes gewekt van hun moeder om op te staan; en dan is die kleine geweest dat ze die zag staan op de zolder. En dan sprong die klein van schrik van boven van den trap. "Moeder, ze is hier weer", riep ze. Maar niemand anders dan zij zag ze. En als ze naar 't fabriek gingen, dan kwam die tot aan de grote school daar op Noeveren, en daar sprong ze op haren rug dat het zweet van haar gezicht liep. Dat was Kleudde dan. Daar is daar nen berg in 't straat en daar beneden sprong ze eraf en den berg omhoog, kwam ze venèèr boven en sprong ze er venèèr op. En de meisjes zagen niets, maar zij had de last ervan.
Onderwerp
SINSAG 0252 - Plagegeist lässt sich tragen   
Beschrijving
Enkele meisjes moesten om zes uur opgebrande kolen gaan rapen om die bij de zinkfabriek te verkopen. Bij de meisjes in de buurt woonde een vrouw voor wie iedereen bang was. Wanneer de moeder hun dochters 's ochtends wekte, gebeurde het soms dat de jongste dochter Kleudde boven op de trap zag staan, hoewel niemand anders de plaaggeest kon zien. Op de weg naar de fabriek werden de meisjes op de heuvel soms door Kleudde op de rug gesprongen. Ze konden Kleudde nochtans niet zien.
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
antwerps (rupelstreek en omgeving)
110
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Kleudde   
Naam Locatie in Tekst
Boom   
