Hoofdtekst
Dat waren kameraden die uitgegaan waren op ne zondag avond en ze zaten samen op café. Een glas gedronken en ’t er komt ne man tot bij Sisken Groening, en hij zegt: “Awel, Sisken, aske nu kunt toveren, ge moogt mij nu ne keer betoveren.” En die mens en zie niet hé, en ze gingen weg, de kameraden, en al mee ne keer werd er enen van hen weggetrokken, en z’en zagen hem nimmer! En ’s anderdaags hebben z’hem toen gezien, en als hij thuiskwam zijn schoenen waren hele gans kapot. En Sisken vroeg hem toen ook: “Awel, mijne vriend, hebt ge uw beloofd van uw reize die ge gedaan hebt van de nacht?” En hij bekeek hem “Zô je gij dat durven doen?” “’t is wel, zei hij dagge zo drukkelijk gekeken hebt, want en had ge niet zo bedroefd geleken, ‘k had u nog veel verder afgezet!”
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Enkele mannen die op zondagavond samen in het café. Op zeker ogenblik liep er iemand naar een man die kon toveren en zei: “Wel, jij kan toveren, is het niet? Je mag mij eens betoveren”. De tovenaar antwoordde niet. Toen de mannen later op de avond naar huis gingen, werd één van hen plots naar achteren getrokken. De volgende dag zagen de mannen die persoon weer en stelden vast dat zijn schoenen helemaal waren stukgetrokken.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
552
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Antelinks   
