Hoofdtekst
Er was een keer een meisje hier die zei dat ze zulk een benauwd had dat ze nergens en durfde slapen en de pastoor moest gaan en ze zei tegen de pastoor dat ze altijd haar grootmoeder zag en dat er daar alleszins entwat was en dat ze daar niet meer en durfde slapen. De pastoor zei: "Gij peinst dat, dat zijn gedachten!” "’k en doe”, zei ze, "ik peins dat niet en ik durf daar niet meer slapen”. Zij appeleerden de pastoor en hij ging en hij zei: "Ik ga een keer komen ’t avond en als gij uw grootmoeder ziet moet ge zeggen, tegen mij dat ze daar is. Ge moet zeggen er tegen, metje, zijt ge van God gezonden, zeg waarom dat ge komt, zijt ge van den duivel gezonden, gaat van waar dat ge komt!” Ze zei: "Ik ben van God gezonden en er is daar zoveel geld gedolven aan de poot van de grote vos (paard)”. Ze dolven daar en ze vonden daar veel geld!
Onderwerp
SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   
Beschrijving
Een meisje was zo bang dat ze nergens durfde te slapen. Het meisje vertelde aan de pastoor dat ze altijd de geest van haar grootmoeder zag verschijnen. Aanvankelijk deed de pastoor het verhaal af als onzin, maar uiteindelijk beloofde hij eens te komen kijken. De geestelijke gaf het meisje de raad om het spook te zeggen: "Ben je door God gezonden, zeg dan waarom je komt. Ben je door de duivel gezonden, ga dan terug vanwaar je gekomen bent!" Het spook antwoordde: "Ik ben door God gezonden en bij de poot van het grote paard ligt zoveel geld begraven!" Daarna heeft men op die plaats inderdaad heel veel geld gevonden.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
50
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wulvergem   
