Hoofdtekst
’t Was daar ’n boerke da doô ging, maar ze ’n vonden zijn geld nie. Bij nachte, de jongens, ze’n kosten zulder nooi slapen. ’t Was daar ’n schouwe boven den heerd, en ’s nachs was ’t er daar ’n indelijk leven. En ne keer, ze stonden ip, en ze gingen gaan kijken en ze zagen ’n buzze (zak) mee geld dansen ip de schouwe tussen de assieten.
Beschrijving
Op een boerderij waar de boer pas gestorven was, hoorden de jongens 's nachts altijd geluiden bij de schoorsteen. Toen de jongens op een nacht opstonden, zagen ze bij de schoorsteen een zak geld tussen de borden dansen.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (menen en omstreken)
127
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Harelbeke   
