Hoofdtekst
Daar was een die ’n pale gepakt had en ten twolven van de nacht was-t-er daar altijd ’n luchtje waar dat die pale gepakt was. En dat luchtje zei altijd: "Waar moet ‘k ze zetten, waar moet ’k ze zetten!" En dat luchtje, dat was de vent die vroeger die pale - ’t was ’n landpale - gepakt had. En hij doolde hij daar iedere nacht rond en tuitte altijd: "Waar moet ‘k ze zetten!" Dat was dus zijn straffe, hij moeste altijd op den dool met die pale dat hij gepakt had! Het was dus zijne geest die altijd werekeerde.
Onderwerp
SINSAG 0404 - Wo soll ich ihn hinsetzen?
  
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Een man die een grenspaal van zijn veld had uitgetrokken, was gestorven. Om middernacht verscheen er altijd een lichtje op de plaats waar de paal was weggenomen. Het lichtje riep de hele tijd: "Waar moet ik ze zetten, waar moet ik ze zetten!" Dat lichtje was de ziel van de man die daar ooit een paal had uitgetrokken.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
45
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tiegem   
