Hoofdtekst
Mijn groottante heeft dat verteld. ’t Was kwaad weer, veel wind, en de deur vloog open. En zijn kindje zat op de vloer te spelen.“Kozijn de wind”“Pakt dat ge vindt”, zei ’t ie,En zijn kindje was weg. Maar ik en zegge dat niet, ‘k zegge “blijf buiten, ’t regent in huis.” Ezo en hebben ze geen occasie van kwaad te doen.
Beschrijving
De vliegende vrouw was een stormwind die voorwerpen optilde en meenam. Zo gebeurde het soms dat bomen opeens waren verdwenen en dat de takken ver weg lagen.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
69
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schorisse   
