Hoofdtekst
Variant.Vroeger kwamen er regelmatig twee Gentenaars leuren. Gust en Marie heetten ze. Ze droegen een grote korf mee. Alle weken kwamen ze bij ons thuis slapen, eerst in de stal maar op de duur in huis. Iedere keer dat ze kwamen lieten ze op de vloer iets vallen, een speld of een naald of zoiets. En iedere keer gebeurde er iets met ons beeesten. Op ne keer liepen ons vijf koeien op. De paardenmeester kwam en stak maar hij geraakte er niet door. Ons moeder gaf ze gewijd brood en ’t was gedaan. Dat was toch van de kwade hand gebeurd, hé. Ze mochten nog meer als een uur moeten alom gaan (omweg maken), maar bij ons moesten ze zijn, en lezen (bidden) dat ze deden, juist gelijk kwezels. De die hebben ons dat aangedaan. Als ze nog iets op de vloer lieten vallen, smeten we dat in de stoof en op de duur mochten ze niet meer op den hof en ’t was gedaan met de kwade hand.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Vlekkem kwamen vroeger vaak twee leurders met een grote korf. Iedere keer wanneer die leurders op een boerderij kwamen, lieten ze iets vallen, zoals een speld of een naald. Daarna ging er altijd iets mis met de dieren. Toen de vijf koeien onrustig werden, wist de veearts geen raad. Nadat de boerin de koeien gewijd brood had gegeven, werden de dieren weer rustig. Wanneer de leurders daarna nog eens kwamen, gooide men alles dat ze op de grond hadden laten vallen, in de kachel. Daarna had men geen last meer van de kwade hand.
Bron
P. Henderickx, Leuven, 1959
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
227
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Vlekkem   
Plaats van Handelen
Vlekkem   
