Hoofdtekst
Duivels zijn woedend omdat een man zijn boeken aan de pastoor geeft.Er was hier ene en die had boeken en die had te ver gelezen. Hij kon van alles: ene houden staan en zo. "Sander," zei hij, "moet ik dat vrouwmens eens doen terugkomen?" Maar ik zei: "Nee, 'k wil met uw zwarte kunst niets te maken hebben." En die jongen was echt ongelukkig met die boeken. Hij wou daar afgeraken en hij droeg zijn boeken naar de pastoor, maar den ergste lag nog op de kleerkas. Als hij naar huis ging, stonden de duivels hem op te wachten met kettingen en vlammen om hem vast te krijgen en dat was omdat ze kwaad waren. Toen kwam hij naar mij gelopen en vroeg mee naar huis te gaan en die laatsten boek te verbranden, maar dat deed ik niet, dat ziede van hier, en dan hebben we een pater gehaald en die heeft hem meegenomen en dan lieten de duivels hem gerust.
Beschrijving
Een jongen die te ver in de boeken had gelezen, beschikte over bijzondere krachten. Hij kon bijvoorbeeld mensen aan de grond vast toveren. De jongen was echter ongelukkig met zijn boeken en wilde ze kwijtraken. Op een dag trok hij dan ook met zijn boeken naar de pastoor. Maar het ergste boek lag nog in zijn huis op de kleerkast. Toen de jongen terugkwam van zijn bezoek aan de pastoor, stonden de duivels hem met kettingen en vlammen op te wachten. De jongen ging een vriend vragen of die samen met hem het boek wilde verbranden, maar de vriend durfde dat niet. Uiteindelijk is men dan een pater gaan halen, die het boek heeft meegenomen, waarna de jongen door de duivels met rust werd gelaten.
Bron
L. De Wit, Leuven, 1956
Commentaar
2.3 Toverboeken
antwerps (mechelen en omgeving)
334
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Walem   
