Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CPEET0119_0120_45444

Een sage (mondeling), woensdag 10 januari 2001

Hoofdtekst

3O Die Ceurvelts dat was er ook nog één. Dat was de tovenaar op de Leg. En die hield geiten. Die had misschien 15 geiten. Je hebt Bolleshof, vlak daarnaast heb je nog een baantje en daar stonden nog twee huizen, die waren van die kerel. Dat was iemand met een grote, grote grijze snor. Ik zie hem nog altijd voor mij. En als de kinderen daar voorbij liepen, die had altijd iets in zijn handen om te slagen, hetzij een stok, of een spade. We hadden daar allemaal schrik van. Maar uiteindelijk was dat nog niet zo'n kwade man z'n. Als één van zijn geiten geworpen had en er waren kleintjes, dan mochten we komen kijken in zijn stal, maar allemaal met de schrik op't lijf. Dat was zo'n imponerende figuur. Die kwam daar ook 's avonds altijd staan als er verteld werd. Daar had iedereen schrik van. Hadden volwassenen daar ook schrik van of was het meer iets om kinderen mee bang te maken?Zo gebeurde dat inderdaad. "Of we zullen een keer tegen.." dat was genoeg om het spel stil te leggen hé. We mochten wel komen luisteren, maar niet te veel rumoer maken.

Beschrijving

Een tovenaar die een grote grijze snor had, bezat vijftien geiten. De tovenaar had altijd een stok of een spade bij zich om mee te slaan. Als er ’s avonds ergens iets werd verteld, kwam de tovenaar daar altijd staan luisteren.

Bron

C. Peeters, Leuven, 2001

Commentaar

2.2 Tovenaars
antwerps (mariekerke)
13O
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Mariekerke    Mariekerke