Hoofdtekst
Schuwe Pier e deur e kave nor beneên gelaten geweest. Enn’ed hij toene de deure open gedon. En de boerinne etten toen vermord up de voute en ’t meisten up heur kamer. De poester die in ’t peerdstol sliep, riep moord buten. Deur dat ’t doenker wos etten olglijk kunnen frutten (vluchten) deur d’hage en de boel in de brand gelaten.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Op een boerderij had iemand 's nachts rovers binnengelaten. De rovers vermoordden de boerin en de meid. De paardenknecht die buiten sliep, riep: "Moord" en hij vluchtte door de haag.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
30B
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Klerken   
