Hoofdtekst
Als ‘k ik ne kleine kadde (jongen) was , was er hier ne man die bièr (mestgier) gevoerd had bij ne gebuur, en hij was door de gang van ’t huis gegaan en hij had gezien dat er door die keuken in de kamer een koffer openstond waar dat de mensen hun geld in een beurze instaken en ’s anderdaags zagen die mensen dat ’t geld gestolen was; en ze zijn naar Gent gegaan bij de paters en den dien zei als ’t in tweede hand nog niet en was dat ze ’s anderdaags als ze de deure opentrokken ne keer moesten rondkijken en de beurze die ze kwijt waren stond neffes de deure.
Beschrijving
In een huis waar men geld had gestolen, ging men naar de paters van Gent. De geestelijken zeiden dat de mensen hun geld zouden terugkrijgen als het nog niet in tweede hand was. Toen de mensen de volgende dag hun deur openmaakte, zagen ze daar hun geldbeurs liggen.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
670
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Schendelbeke   
Plaats van Handelen
Gent   
