Hoofdtekst
Jan Beek verbreekt toverijF. Neen! Maar sommige dinges, zo lijk met die koei, dat zoudt ge dan moeten geloven, want hé, ge hebt dat dan meegemaakt hé. En dat er zoiets is, geheime krachten, zeggen ze, dat is wel zulle.Want, Jan Beek, dat heb ik ook wel verteld van ons koei, hé? K. Neen, dat heb je niet verteld.F. Neen? Wel, wij hadden ook een koei hé, en dan wat veld en zo, hier, dat daar nu braak ligt, dat wonnen wij. 's Morgens ging ons moe de koei melken, en ze lag tegen 't mest. Ze lag, hé, en een koei die gaat niet liggen, dat gaat wel liggen, maar 's morgens springt dat terug recht, hé. En die ging niet recht. En ons moe daar wat aan getrokken en gedaan, en niks gekort, ze bleef liggen. En ons moe, ja ons moe zou gaan schreien hebben. Ze zei: "Gedomme" , zei ze, "als een koe tegen 't mest blijft liggen, dan is er niet veel meer aan te doen." Maar ze dacht: "'k Ga toch Jan Beek roepen." Jan Beek dat was zo, allé zo wat gebedslezer zo hé. En die, ja die kwam en wij moesten allemaal 't stal uit. "Allemaal weg", zei Jan. En ons moe en Jan bleven in 't stal. Wat hij allemaal gedaan heeft, dat weet ik niet zulle, want wij waren allemaal nog klein; ons moe zei dat tegen ons allemaal zo niet hé, maar... Dan ging Jan naar huis, en ons moe kwam nog 'ns in de keuken en ze ging terug en de koe stond recht. K. Ja?F. Ja, en ze was zo blij, hé, ze zei: "Och, nu was ik toch zo bang, dat we ons koe moesten, hé, wegdoen en dan, we hadden geen geld om een ander te kopen. Wij hadden voor niks geld, als voor nen hoop kinnekes (kinderen) te kopen. K. En gebeurden er dan zo veel dingen? Omdat ge vertelde van "geheime krachten"?
Beschrijving
Op een boerderij had men een zieke koe die de hele tijd tegen de mesthoop bleef liggen. Hoewel ze reeds alle hoop hadden opgegeven, lieten de mensen een gebedsgenezer komen die zich met de koe in de stal afzonderde. Even later stond de koe op.
Bron
K. Bruynseels, Leuven, 1991
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (nijlen)
6
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nijlen   

