Hoofdtekst
16A Jakke Morren. Dat waren onze va zijn grootouders, ja, in wat jaar is dat geweest. Mens, onze va is van 1901, ja 1901. Mijn naam, ik heet Morren.z Ah, dat wist ik niet.16A Ah, wist jij dat niet, Tilly, allé. z1 Dat is van (?)16 Ja dat weet ze wel, Tilly, maar de achternaam, dat wist ze niet.z Nee, dat wist ik niet. 16A Ah. En dat waren de grootouders van mijn vader dan. En van zijn grootmoeder mocht die niks van aannemen, omdat dat een heks was. En dat waren dan de grootouders, en die klein mannen mochten daar niks van aannemen. z Nee, allé16A Die stond ook altijd klaar met een bolleke (snoepje) of met een koekje. En die mochten daar niks van aannemen, want dat was een heks. En dat mocht niet bestaan. z1 Waarom werd die dan heks genoemd?16A Ja, waarom, dat kan ik niet meer zeggen. Wat dat mensje of wat…Dat weet ik niet meer.x En waren dat de grootouders langs vaders kant of langs moeders kant?16A Ja, langs vaders kant.x Maar waren het de ouders van zijn moeder of van zijn vader?16A Van zijn vader, ja, dat was ook een Morren. Dat waren de grootouders van mijn vader. Ja, dat is erg als je je dat nu voorstelt. Je zou van je grootmoeder niks mogen aannemen. z1 Jouw grootvader dan zogezegd, jouw vader zijn vader.16A Nee, nee dat was Thomas Morren, nu ben ik abuis, het is nog een generatie verder dat ik het nu moet zeggen. Dat waren de over… Dat kan toch niet… z1 De overgrootouders.16A Nee dat waren de ouders, Thomas Morren. Dat waren de grootouders. Maar wie was dan.z1 Ik meende altijd dat Jakke Morren. 16A Maar hoe heette die vrouw daar van… Maar mannen, nu ben ik toch wel abuis. Dat waren onze va zijn ouders, Thomas Morren. Awel ja, de grootouders, die hebben hier gewoond. Heeft jouw va dat nooit verteld? 17 Ja, dat kan wel.z1 Victor, meende ik altijd.16A Nee, Jakke Morren.z1 Jakke Morren.17 Hoe heette dat vrouwtje?16A Fien, Fien van Jakke Morren.17 Waren dat die haar ouders niet?16A Awel, onze va zijn vader, dat was een broer daar van, van Fien van Jakke, dat was zuster en broer. Onze va is daar… Dat was die zijn tante.z1 Awel ja.17 Vroeger was dat bijna allemaal zo, familie van elkander.16 Ja, maar vroeger maakten ze de kinderen allemaal bang.
Beschrijving
In Gelrode woonde een vrouw over wie men vermoedde dat ze een heks was. Daarom mochten de kinderen geen snoepjes of koekjes van die vrouw aanvaarden.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
16A
Overgrootouders van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gelrode   
