Hoofdtekst
Felix C. kinders gingen allemale dood. Hij had er al mee de macht (zeer veel) g’had. En dat is nog van mijnen tijd zelle (hoor). D’er lag nu weeromme een kindje te draaien en te keren en te sterven. Ze waaktigen d’erbij. En al de deuren waren schone toe zelle. D’er was tons nog een vier (vuur) in de kamer hé, d’er waren tons geen stoven en potverdomme die katte liep wel viere toe vijf keers deur da vier zonder te verbranden en ze was were weg. En da kind was dood en dat han (hadden) z’ook op Mele Zutters.
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Een man van wie al veel kinderen gestorven waren, zat te waken bij een kindje dat op sterven lag. Hoewel alle ramen en deuren gesloten waren, liep in het huis een kat rond, die wel vier of vijf keer door het vuur liep zonder zich te verbranden. Toen het kindje gestorven was, gaf men een heks uit de buurt de schuld.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
344
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Knesselare   
