Hoofdtekst
Geest van een boer waakt over de dijken.Aan de Dijle in Mechelen was er een boer die bij noodweer omgekomen was. Na zijn dood kwam zijn geest altijd bij noodweer terug. Terwijl het noodweer aan gang was, reed hij als een ridder, in een zwarte mantel gehuld en op een wit paard, over de dijken van de Dijle. Sloeg de storm een bres in de dijk dan blies hij op zijn horen en zelf sprong hij daar waar er gevaar was met zijn paard in de bres en hield het water en de stroom tegen. De boeren die ondertussen toeliepen op het signaal van de horen konden dan het gat met zand stoppen en aanvullen, en zo waren telkens de dijken gered. Op een zekere dag waren de boeren aan het feesten terwijl er noodweer was, en toen ze de horen hoorden zegden ze: 'We moeten niet gaan, de geest zal de dijk wel zolang stoppen.' De geest was kwaad omdat de boeren niet kwamen en hij liet het water al de beemden overstromen en nooit is hij nog teruggekomen.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Tijdens een hevige storm was een boer bij de Dijle in Mechelen omgekomen. Sindsdien verscheen de geest van de boer altijd als het stormde. Op een wit paard reed de boer over de dijken van de Dijle in de gedaante van een ridder met een zwarte mantel. Als er een bres in de dijk was, dan blies de geest op zijn hoorn en hield met zijn paard het water tegen. De buurtbewoners waren dan altijd tijdig gewaarschuwd zodat ze het gat met zand konden dichtstoppen. Op een dag waren de boeren bij stormweer aan het feesten. Toen ze het geluid van de hoorn hoorden, zeiden ze: "We moeten niet gaan, want de geest zal de bres wel dichthouden". De geest was kwaad omdat de boeren niet kwamen. Hij liet de beemden overstromen en is nooit meer teruggekomen.
Bron
L. De Wit, Leuven, 1956
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (mechelen en omgeving)
156
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mechelen   
Plaats van Handelen
Dijle   
Mechelen   
