Hoofdtekst
Er was daar een die een halven frang kreeg als hij ging gaan bedelen. Alzo zei hij: "Ik moet hem niet hebben. Hij gaat branden in julder handen”! De zeune pakte hem in zijn hand en hij verbrandde zijn hand. "Ja”, zei hij, "smijt hem maar buiten”! Ze smeten hem buiten en hij lei op ’t stik. Ze zaaiden daar rugge en op dat plekje wilde de rugge niet groeien en als het sneeuwde bleef er daar altijd een hand die niet besneeuwd was. De boer had al een pit gegraven van een meter diep om te zien wat dat dat was, maar dien hand bleef daar. ’t Jaar daarop de boer zaaide weer rugge en dien vent kwam daar were om te bedelen. Maar hij kreeg toen twee frang en eten en hij zei: "Dat zal nu voortgaan”! Die rugge was natuurlijk een heel ende korter, maar in drie weken was ze gelijkig grootte. Ze hadden dan stijve, stijve schone rugge, de schoonste van de streke.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een boerderij kwam een bedelaar langs. Toen de bedelaar maar een halve frank kreeg, zei hij: "Ik wil hem niet. Die frank zal branden in jullie handen!" De zoon nam het geldstuk vast en verbrandde inderdaad zijn hand. Daarop gooide de man het geld naar buiten. Op de plaats waar het muntstuk was gevallen, groeide het hele jaar geen rogge en wanneer het sneeuwde, viel er op die plaats geen enkele vlok. Toen diezelfde bedelaar het volgende jaar weer langskwam, kreeg hij twee frank en zei: "Nu zal het wel beter gaan!" De rogge die op die plaats werd gezaaid, groeide uit tot de mooiste van de hele streek.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
29
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Boezinge   
