Hoofdtekst
een vrouw had huir kind op huiren arm; en dô kam een ander vrouw en di zegde: "Oh! wad e schoe kindche is da"; en ze gaf het een hând en ’s anderendôgs begon het kind te schreeuwen en te wenen en het treurden uit; en toen kam er ne man en dee zei: "Da kind is behekst"; ze snei het kussen oupe en dô vond ze ne rous dee geweefd was van gôre; en as de rous voltrokke was, was het kind doeud geweest; dan ging ze no de pôters en di ouverleesden het kind en dan was het geneze.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een moeder die haar kind op de arm droeg, kwam een vrouw tegen die zei: "Oh, wat een mooi kind is dat!" De vrouw gaf het kindje een hand. De volgende dag lag het kind voortdurend te huilen. In het hoofdkussen vond men een roos die gemaakt was uit garen. Gelukkig was de roos nog niet af, want anders zou het kind gestorven zijn. Nadat het kind door de paters was overlezen, genas het.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (sint-truiden)
352
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kozen   
