Hoofdtekst
Tegen de mare, da’s joen bloed da stille staat, en ton moest d’r n’een andren joene name zeggen en da was ton weg want ze wierden daar wakker van.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
De maar was een stilstand van het bloed. Als iemand door de maar werd bereden, dan moest men de naam van die persoon roepen. De persoon werd dan wakker en was van de maar verlost.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (o van houtland)
122
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zwevezele   
