Hoofdtekst
Dat wos een die wunde up e boerhof achter "de Kippe" en z’an dor e Duutschge schaper, e Duutsman, en den dien koste meer dan d’andere want ze zein datten olle jore nor Rome nor de Kerstmesse ging up e getebuk. En z’an dor e poester en dien hadde oltijd gevraagd otten e keer mochte meegon nor Rome en dien schaper had dat e keer beloofd. En oz de tijd kwam, ze gingen up tijd deure gon, ’t wos elve mor zei de schaper: "Ol daj hoort of ziet, je meugt geen woord spreken." Nu, "’t Is goed", zei de poester. O z’e momentje in gang woren, ze kommen dor an e groot water en de schaper met zijn getebuk wupte d’erover. En o de poester dat zag enne zei: "Dat is e nondedjiese grote sproeng wè." En otten dat gezeid had, die getebuk wilde niet meer weg. En de schaper reed deure nor de messe. En otten werekeerde vroeg de boerinne: "Wor is de poester dè?" Enne zei dat de poester gesproken hadde oender roete en datten achterwege gebleven wos. En veertien dagen later kwam de poester thuus. Enn’hadde zijn goeste (goesting) hèt.
Beschrijving
Op een boerderij achter 'de Kippe' werkte een Duitse schaper die over bijzondere krachten beschikte. Men vertelde dat die schaapherder ieder jaar op een geitenbok naar de Kerstviering in Rome vloog. Op zekere dag vroeg de knecht of hij een keer met de schaapherder mocht meevliegen, waarop deze laatste zei: "Dat is goed, maar je mag geen woord zeggen, wat je ook hoort of ziet". Toen de geitenbok over een groot meer sprong, zei de knecht echter toch: "Dat is verdomme een grote sprong!" Daarna wilde de geitenbok niet meer voort, zodat de Duitse schaper zonder de knecht naar Rome vloog. Bij zijn terugkeer kreeg de Duitse schaper van de boerin te horen: "Waar is de knecht?" Twee weken later kwam de knecht thuis. Hij had zijn zin gekregen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)
131F
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Kippe (boerderij)   
Duitse schaper   
Kerstmis   
Naam Locatie in Tekst
Merkem   
Plaats van Handelen
Rome   
