Hoofdtekst
De meesters grootvader was hier stijf (zeer) goed gezien, maar je was hij goed in gang met een jong meisje van een jaar of achttiene. Nu, da was zoverre, dat meisje was bevrucht en ja, was da nu om alles te verduiken of om een schone schijn te geven of meende hij dadde, in elk geval, je strooide hij uit dat dat toverij was, dt er daar een hekse in ’t spel was! Dat meisje was ondertussen weggestoken tot dat alles gepasseerd was. Maar die vent zei, ’t eerste oud wijf die passeert, dat is d’hekse. Nu d’eerste die passeerde was Sophie Berrevoet, die de name van een hekse hadde, je snakte ze binnen en je riep: "’t is al joen schuld, zie je daar ’t hout liggen, ‘k gaan je levende verbranden!” Natuurlijk, Fiete begoste te schreeuwen en te tieren dat er dat een gebeur hoorde en alles zag en hem gesauveerd heeft. Dat was eigenlijk een hele historie!
Beschrijving
In Wulvergem was een achttienjarig meisje zwanger geraakt door een oude man die zijn reputatie moest hoog houden. De man bracht het meisje ergens onder tot de bevalling voorbij was en hij vertelde aan de mensen dat het meisje behekst was. De eerste vrouw die zou voorbijkomen, was de heks. De eerste vrouw die voorbijkwam, was toevallig een persoon die al eerder van hekserij was verdacht. De man sleurde de vrouw naar binnen en probeerde haar in de open haard te gooien. De heks begon luid te roepen, waardoor men haar nog net op tijd kon redden.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
12
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wulvergem   
Plaats van Handelen
Wulvergem   
