Hoofdtekst
Mijn vader was ne pensejager, en ie ’n ha van nie geen benauwd. Up nen avend, ie stond onder nen achtkanter. ’t Was daar ol mee ne keer ’n stemme die riep: "’t Staat daar ne pensejager, ’t staat daar ne pensejager!" En mijn vader keek omhoge en achter hem, maar ie ’n zag niet. En da was olzo verschillende avens te reke.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een stroper die nergens bang voor was, stond op een avond onder een populier, toen hij een stem hoorde roepen: "Daar staat een stroper, daar staat een stroper!" De man keek rond, maar zag niets of niemand. Datzelfde gebeurde verschillende avonden achter elkaar.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (menen en omstreken)
168
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Dadizele   
