Hoofdtekst
Peer Verheyen vertelde zoewe eens . Dieje wist nie wa doen en hij docht "’k gaan eens no de stad ne toverboek kope". Peer ging veurts en do stond in dieje boek "morge avond do kome op ’t veld". Hij gink do en da was do precies of ne grote hond gink lope. ’s Anderendaags gink hem do verom en toen zag hem goe dat da ne grote zwarte hond was. Den derde dag kwamp dieje hond kort bij hem. Den vierde dag pakte dieje hond hem zoe hoog inne licht dat hij docht "as ge me laat valle, zijn ik keidood".
Beschrijving
Peer V. had in de stad een toverboek gekocht, waarin hij las: "Morgenavond naar het veld komen". Toen Peer naar het veld ging, zag hij een grote hond weglopen. De volgende dag zag Peer de grote zwarte hond opnieuw. Op de derde dag kwam de hond dichterbij. Op de vierde dag greep de hond Peer vast en sleurde hem mee tot hoog in de lucht.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.3 Toverboeken
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
609
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Peer V.   
Naam Locatie in Tekst
Meerhout   
