Hoofdtekst
Roosje, een zeer knap meisje, gaat voor het eerst naar haar nieuwe school en wordt door de juffrouw aan de klas voorgesteld.
'Kinderen, dit is Roosje en ze komt bij ons in de klas.'
Na haar korte betoog vraagt juffrouw: 'Waar mag Roosje naast zitten?'
Waarop een zeer lelijk jongetje zegt: 'Naast mij.'
De juffrouw vindt het goed en Roosje gaat naast de jongen zitten.
De jongen vraagt aan Roosje: 'Waarom hebben jouw ouders jou roosje genoemd?'
Waarop Roosje antwoordt: 'Toen ik geboren werd viel er een rozenblaadje op mijn hoofdje.'
Roosje aan de jongen: 'Hoe heet jij dan?'
Waarop de jongen antwoordt: 'Dan heet ik koelkast.'
'Kinderen, dit is Roosje en ze komt bij ons in de klas.'
Na haar korte betoog vraagt juffrouw: 'Waar mag Roosje naast zitten?'
Waarop een zeer lelijk jongetje zegt: 'Naast mij.'
De juffrouw vindt het goed en Roosje gaat naast de jongen zitten.
De jongen vraagt aan Roosje: 'Waarom hebben jouw ouders jou roosje genoemd?'
Waarop Roosje antwoordt: 'Toen ik geboren werd viel er een rozenblaadje op mijn hoofdje.'
Roosje aan de jongen: 'Hoe heet jij dan?'
Waarop de jongen antwoordt: 'Dan heet ik koelkast.'
Beschrijving
Meisje heet Roosje vanwege knapheid en rozeblaadje op hoofd bij geboorte, jongetje zou dus 'koelkast' moeten heten vanwege oorzaak lelijkheid.
Bron
Gepubliceerd van Internet: Tijsje's moppen mailinglist - http://huizen.nhkanaal.nl/~tijsje.
Commentaar
13 september 1998
Naam Overig in Tekst
Roosje   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
