Hoofdtekst
M’n moeder ging bij ne boer gaan werken en ze sliep daar ip die hofstee. En ze wiste da ze daar ’s nachts geruchte hoorden. Z’hoorden spellewerken, en keernen en blokken smijten en ze gingen gaan kijken maar ze zagen nooit niet. En m’n moeder sliep daar en amenekeer z’hoorde geruchte ip zoldre. En de zoldervenster was gesloten. En amenekeer z’hoorde geruchte nevens heur bedde en ze kijkt en ze ziet daar een witte geite over de zoldre wandelen. En ze ziet hem were voortgaan deur die zoldervenster die gesloten was. En dat huus hèt ton daarvoor een heel ende leeg gestaan. En ’t weunen nu andre mensen ip en z’hèn daar een kin dat heel onnozel is. O da daarvan is wete ‘k niet.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een vrouw die op een boerderij werkte, hoorde 's nachts geluiden alsof iemand boter karnde, kant kloste en met klompen gooide. Wanneer men ging kijken, was er vreemd genoeg niets te zien. Toen de vrouw op een nacht lawaai naast haar bed hoorde, zag ze een witte geit over de zoldervloer lopen. Even later verdween de geit door het gesloten zolderraam. Het huis heeft daarna een hele tijd leeg gestaan. De nieuwe bewoners kregen een kind met een mentale handicap.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (o van houtland)
183
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wingene   
