Hoofdtekst
’t Wos toen ook nog e zekere Kolete Velde die ol dor gegon wos achter e boendel nittels voor de konijnen. En die hekse stoend dor ook voor de deure. En ’t had nogol geregend en ’t wos dor e grote plas water. En ze zegt tegen Koleta: "J’e gij oltijd wel kunnen dansen?" "Jaa’k", zei ze. "Wel, danst hier e keer in die plas water." En ze moste zij dor dansen bij ze wilde of niet toetdat ze lekende nat (druipnat) wos. En volgens dat ’t schijnt had ze zij toch enigte boeken. En de paster in den tijd e ze toch kunnen krijgen.
Beschrijving
Een vrouw die konijnenvoer was gaan halen, moest voorbij het huis van een toveres. Vóór het huis stond een grote plas water. De heks sprak tot de vrouw: "Jij hebt toch altijd goed kunnen dansen. Wel, dans nu eens in die plas water!" Of ze het nu wilde of niet, de vrouw was gedwongen om in die plas te dansen tot ze drijfnat was.
De pastoor is de boeken van die toveres gaan ophalen.
De pastoor is de boeken van die toveres gaan ophalen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (vrijbos)
115C
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Kolete Velde   
Naam Locatie in Tekst
Westrozebeke   
