Hoofdtekst
De jongens hadden de gewoonte van te roepen naar een oud wuf dat ze Kokela heetten, en ze mieken haar altijd uit voor toveresse. Ja maar, in den oogst moesten diezelfste jongens helpen de voeren laden en afladen. Ze moesten over de Slijpe-brugge in ’t van ’t stuk (land) naar ’t hof gaan en ze zagen in de verte Kokela, en ze riepen nog een keer. Maar op de brugge gekomen met under (hun), pardaf zei ’t en ‘t lag allemale in ’t water. En ze stonden daar. ’t Was alleszins Kokela die under (hen) dat had gelapt.
Onderwerp
SINSAG 0541 - Hexe lässt Wagen vom Deich (Weg) fallen
  
Beschrijving
Enkele jongens scholden een oud vrouwtje altijd uit voor toveres. Toen de jongens moesten helpen bij het binnenhalen van de oogst, reden ze met hun kar over de Slijpe-brug. Ondertussen riepen ze weer naar de heks, die in de verte kwam aangelopen. Het volgende ogenblik viel de kar om, waardoor al het graan in het water terechtkwam.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
203
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Slijpe-brug   
Naam Locatie in Tekst
Slijpe   
Plaats van Handelen
Slijpe-brug   
Slijpe   
