Hoofdtekst
Mê vaoder hêt is e dwaoslicht achter ‘em gehad. Hê begost te loêpen mar ondertussen keek ‘em om. Toen viel ‘em euver ne boêmwortel languit in ne plas waoter. Toen ‘em opkeek was ’t dwaoslicht eweg.
Beschrijving
Een man die een dwaallicht had gezien, liep snel weg. De man struikelde over een boomwortel en viel in een plas water. Toen de man opkeek, was het dwaallichtje verdwenen.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (beringen en omstreken)
45
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lummen   
