Hoofdtekst
z1 En van Clemenceke, Gusta, zeiden ze dat daar ook niet van?16 Clemenceke denk ik niet.z1 Nee.17A Van Jeanne van (?) haar schoonmoeder.16B Ja, dat heb ik ook van zijn leven gehoord. (?) Dat was de dochter daar van, dat ging over.17A Van Celle.z1 Marie, is dat een dochter van Celle?16B Marie dat was de dochter van Jeanne.17A Dat was de zuster van Jeanne.16B Van den Innes.z1 Allé, dat wist ik nu zelf niet.17A Ja ja, dat is echt. Je mocht daar feitelijk ook niks van aannemen, geen peer of geen appel, niks. 16B Als er nu een bij je kwam en die zette daar pakt nu peren of appelen buiten, dan mocht dat niet oh, dat mocht niet opgegeten worden.17A Nee.16B Wat ze daar neergezet had, want dat was daar dan door een heks gezet. Maar verder weet ik daar weinig van te vertellen. z En ken je die (heks waar hiervoor over gepraat wordt) haar naam?16B’ Ja, Marie Kindermans.17A’ Nee, die vent noemt Kindermans.x En die woonden hier ook in de buurt dan?16B’ Ja, die woonden daar achter op het voetbalplein. Daar achter op dat stuk. Op dat voetbalplein zelf niet, maar daar achter is nog een stukje.z Ah, dat wist ik niet. Is dat de Dubbeekstraat dan nog?16B’ Nee, wat is dat…z1 Dat is Bergvijver, vroeger was alles Bergvijver.17A’ Nu heb je zo wel als je voor het bos staat rechts zo een spoor… 16B’ Droge Windstraat is dat daar. 17A’ Nee, als je van aan jouw boerderij daarboven achter de hoven door en dan kom je hier als je door het bos bent op de Rillaarsebaan.z1 Op de Rillaarsebaan, ja. 16B’ Dat is de Droge Windstraat.
Beschrijving
In Aarschot woonde een vrouw over wie men vermoedde dat ze een heks was. Van die vrouw mocht men geen appelen of peren aanvaarden.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
17A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aarschot   
Plaats van Handelen
Aarschot   
