Hoofdtekst
Toe Cyriel Blommes te Sintjelies wos ’t kandeledag. De bandieten woren dor ol van in den achternoene. Mor o ’t avond wos, kwam er dor oltijd volk bij. Mor z’an e thuuswachter, e zekere Jan Bossaert, in dat huus wor dat ze gingen e slag slon. Mor van o dien Bossaert etwot geware wos, je schoot met zijn tweeloop en ze moesten wegvluchten. Zo van eigen, o ’t tribunaal wos, de garde van Langemark, Miel Masschelein, moste nor Hazebroek en nor Bethune gon. Dat wos hier in Langemark e mislukten aanslag.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Toen door een man uit Sintjelies kandeledag (1) werd gehouden, waren de rovers van Pollet al vroeg in de avond op post. Ze wisten echter niet dat de man iemand de opdracht had gegeven om zijn huis te bewaken. Toen die bewaker iets hoorde, schoot hij onmiddellijk met zijn tweeloop, waardoor de rovers moesten vluchten.
Tijdens de rechtzaak tegen de bende van Pollet moest de veldwachter van Langemark naar Hazebroek en naar Béthune gaan.
Tijdens de rechtzaak tegen de bende van Pollet moest de veldwachter van Langemark naar Hazebroek en naar Béthune gaan.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
152H
fabulaat
(1) kandeledag: dag die volgt op een kermis, trouwfeest, herbergkermis
Naam Overig in Tekst
Cyriel Blommes
Jan Bossaert
Pollet
Jan Bossaert
Pollet
Pollet (bende van)   
bende van Pollet   
Naam Locatie in Tekst
Langemark   
Plaats van Handelen
Langemark   
Béthune   
Sint-Juliaan   
Hazebroek   
